SPECIALS.

  KRUIDENLIJST.

 
Het gaat hier om kruiden, specerijen zijn heel wat anders.

 

Eerst beschrijven we elk kruid en zijn geschiedenis plus een fotootje. Daarna behandelen we welke kruiden je in welke groente of gerechten kunt doen of een melange van genoemde kruiden en daarna ei-,kaas-, saus- , soep-, vlees-, vis- , vuurkruiden, en kruiden voor wild en bewaren van kruiden.

Kruiden beschrijving
Kruiden voor groenten
Kruiden voor ei-gerechten
Kruiden voor kaas gerechten
Kruiden voor sauzen
Kruiden voor soepen
Kruiden voor vlees
Kruiden voor vis
Vuurkruiden
Kruiden voor wildgerechten
Bewaren van kruiden


KRUIDENOMSCHRIJVING EN FOTO:

Basilicum                      

Ocimum is een geslacht uit de lipbloemenfamilie (Labiatae oftewel Lamiaceae). 
Basilicum, met name de soort Ocimum basilicum is een kruid dat wordt gebruikt in de keuken. Basilicum heeft een sterke geur en aroma en wordt vooral veel in de Italiaanse keuken en bij tomaatgerechten gebruikt.

Basilicum is een vaste plant, maar niet winterhard. In de huiskamer of kas kan de plant wel overwinteren. In de praktijk wordt echter telkens opnieuw gezaaid. Door stekken is de plant ook vegetatief te vermeerderen. De plant wordt ongeveer 45 cm hoog en 30 cm breed. De stengels zijn harig, fijn, geribbeld, vierkantig, vertakt en lichtgroen tot rood aan de basis. De bladeren zijn groot, gekarteld, ovaal, puntig en heldergroen, met een warme en toch frisse, sterke geur. Basilicum is een belangrijk keukenkruid. De plant bloeit in de nazomer met kleine, geurige, witachtige bloesems, in rondlopende schijnkransen van zes stuks.

De naam Basilicum stamt waarschijnlijk van het Griekse woord basileus af.
Basileus betekend koning of koninklijk. Basilicum wordt ook wel koningskruid genoemd.
 
Van oorsprong is Basilicum afkomstig uit India.
Het is in India een heilig kruid dat aangeplant wordt bij tempels en gewijd is aan de Hindoegoden.
De bewoners van India kozen dit kruid ook om de eed op te zweren bij de rechtbank.

Ook de Egyptenaren kenden deze plant. In meerdere grafkamers zijn kransen van Basilicum bladeren gevonden. De Grieken kenden de plant als geneeskrachtig kruid
Basilicum wordt in het zuiden van Frankrijk al sinds de 12e eeuw verbouwd.
In Italië kon een dame die op vrijersvoeten wilde, dit aangeven door een pot met basilicum voor haar raam te zetten. Als in Roemenië een jongen een meisje een takje basilicum gaf, was hij meteen met haar verloofd. In Haïti is het kruid een attribuut van liefdesgodin Erzulie.
Op het platteland van Mexico wordt het soms in de broekzak meegedragen tegen het verliezen van geld en om de ontrouwe minnaar terug te krijgen.

Er zijn zeker 150 variëteiten basilicumvarianten, waaronder de basilicumvariëteit die van oorsprong uit Zuid-Amerika komt.
   
Bieslook  

(Allium schoenoprasum) is een plant uit de lookfamilie (Alliaceae). De plant is verwant aan bolgewassen als ui, prei en knoflook.
Het is een vaste plant die afkomstig is uit Europa en Noord-Azië. De plant bloeit in juni en juli met blauw-roze-violette schermen. In België en Nederland komt nog wilde bieslook voor. De plant zorgt voor een voedselvoorraad onder de grond die de winter overleeft, zodat deze in de lente heel snel op kunnen komen en kunnen bloeien en zaad produceren. Iedere 'bol' vormt een nieuwe bol, maar dikwijls ook meerdere broedbollen aan de wortels. Dit is de ongeslachtelijke vorm van voortplanting. Bovendien is er ook geslachtelijke voortplanting, door zaadvorming.
De plant is pollenvormend en heeft in de familie de kleinste bolletjes, die echter volkomen gelijkwaardig zijn aan de in vergelijking reusachtige bollen van Hippeastrum.

Van de bieslook gebruikt men bij voedselbereiding vooral de jonge dunne stengels. De dikkere stengels hebben de neiging taai te worden.
De bollen die zich vormen aan de uiteinden van de stengels zijn niet voor consumptie geschikt. Zij hebben een hallucinerende werking en kunnen ernstige concentratie- en erectieproblemen veroorzaken.

Fijngesneden blad is lekker in salades, ragouts, sauzen en dressings.
Door het mee te koken verdwijnt de smaak.
Ook gedroogd verliest het snel z'n aroma.
Het kan fijngesneden, verpakt in een plasic bakje of zakje, heel goed worden ingevroren. Bloemen kunnen worden gebruikt als garnering van gerechten. Het kruid bevordert eetlust en spijsvertering en werkt vochtafdrijvend.

Bieslook werd ook wel pijpgras genoemd. Het werd 300 jaar v. C. door de Chinezen al gebruikt en in cultuur gebracht. In oude kruidenboeken staat vermeld dat het 'te veel genuttigd slapeloosheid en troebele ogen veroorzaakt'. Men beweerde ook dat het dronkenschap verdrijft en aanspoort tot onkuisheid. 

   
Bonenkruid  
In het Middellandse-Zeegebied en rondom de Zwarte Zee is het een inheemse plant. Het kruid werd al door de Romeinen gebruikt. In de negende eeuw brachten monniken het naar Midden-Europa en plantten het kruid in hun kloostertuinen. In de vroegere volksgeneeskunde gebruikte men het als middel tegen impotentie. Bonenkruid is goed voor de spijsvertering.
Bonenkruid is een lipbloemige, die net als basilicum tot de familie der Labiaten behoort. Het is een eenjarig plantje, dat ± 10 tot 25 cm hoog wordt. De blaadjes zijn smal, leerachtig en tegenoverstaand met een lengte van zo'n 10 tot 30 mm. Bonenkruid bloeit van juli tot oktober met wit tot lichtlila gekleurde bloemetjes. Die staan met niet al te veel in kransen bij elkaar. De blaadjes hebben een sterke, ietwat peperig aromatisch geur en smaak. Behalve het eenjarig kruid (Satureja hortensis) is er ook een overblijvende soort (Satureja montana) met een iets sterker aroma en een wat donkerder blad.

Bonenkruid, ook wel keule genoemd, groeit in elke tuingrond mits die voldoende humus en voedingsstoffen bevat. Het meest geschikt is middelzware grond, waardoor gedroogde koemest of turfmolm is gemengd. Het kruid heeft graag een plaatsje in de zon; plantjes op een schaduwrijke plek hebben duidelijk minder aroma. Bonenkruid dicht bij tuinbonen geplant helpen tegen zwarte vlieg.

Het zelf zaaien kan vanaf de tweede helft van april in een tijdelijke broeibakje (een houten raam), afgedekt met folie. Het zaad moet worden afgedekt met een dun laagje aarde. Het zaad ontkiemt na ± 8 tot 10 dagen. Na het opkomen van de jonge plantje moet er overdag, als het zonnig is, 'gelucht' worden. 's Avonds het bakje weer afdekken met de folie. Bonenkruid heeft een hekel aan kou en is vorstgevoelig! In de tweede helft van mei kan het zaaigoed worden uitgeplant.

Ook kan vanaf begin mei direct op een definitieve plaats worden gezaaid. Plantjes die te dicht bij elkaar staan ontwikkelen lange stengels en weinig blad. Het is noodzakelijk dan uit te dunnen.

Bonenkruid kan worden gedroogd. Kort voor en tijdens de bloei is de geur het sterkst en is de beste tijd kleine bosjes te snijden om te drogen. Om te drogen moeten de bosjes op een beschaduwde, luchtige plaats worden opgehangen. Als het blad goed verdord is, kan het worden afgestroopt on in een goede afsluitbare pot te worden bewaard. Ook kunnen takjes of blaadjes worden ingevroren.
Fijngesneden verse blaadjes zijn lekker in aardappel- en bonensoep en in salades van diverse boonsoorten. Het meekoken van een takje bonenkruid bij tuin- of sperziebonen geeft een heerlijke en aparte smaak. En bij het koken van bloemkool en andere koolsoorten helpen een paar blaadjes om de 'kooklucht' te verminderen. 
 
   
Borage  
Borago officinalis of Komkommerkruid of ook wel eens bernagie genoemd is een gekend keukenkruid afkomstig van de landen rond de Middellandse Zee en werd door de eeuwen heen verspreid over heel Europa en Noord-Amerika.

Bij de Grieken en de Romeinen stond dit kruid in hoog aanzien. De bekende Romeinse Plinius schreef over deze plant ”ego Borago Daudia semper” wat vrij vertaald “ik borago breng altijd moed” betekent. In de Middeleeuwen liet men de bladeren in wijn trekken, deze werd daarna gedronken om melancholische stemmingen te milderen en om letterlijk en figuurlijk moed in te drinken.

Borago zou van het Italiaanse “borra” komen wat “wol” betekent, verwijzend naar de dikke, grijze en korte beharing van de plant, deze valt bij het betasten onmiddellijk op: ruw en zilverachtig van kleur, dus helemaal niet verwonderlijk dat de plant behoort tot de “Familie van de Ruwbladigen” (Boraginacea).

Komkommerkruid (verwijst naar de geur en het aroma van deze plant dat sterk doet denken aan komkommer) is een winterharde éénjarige plant met hangende, blauwe stervormige bloemen, deze worden druk bezocht door bijen, deze zorgen op hun beurt voor een heerlijke honing. De plant die tot 1 m hoog kan worden heeft een holle stengel met ruwe, eivormige bladeren, ze is zeer gemakkelijk te kweken.
Oorspronkelijk gebruikte men dit kruid om zijn geneeskrachtige waarde, momenteel wordt het echter gebruikt als keukenkruid.
Plant zelf verbouwen.

Komkommerkruid is een kruid dat weinig eisen stelt en in praktisch alle grondsoorten gedijt, komt jaarlijks zonder enige moeite op dezelfde plaats terug doordat het zich zelf gemakkelijk uitzaait.
Een humusrijke grond en een goede organische bemesting zullen echter fors groeiende planten leveren met een uitstekend aroma.

De vermeerderingswijze zal zoals bij de meeste éénjarige planten bestaan uit het zaaien. Dit kan gebeuren in de lente (maart –april), zowel in pot als in de volle grond. De bloeitijd is in juni - augustus.
Men kan ook zaaien in het najaar (sept-okt), deze planten kunnen gezien hun wintervastheid de koude trotseren en geven al bloemen in mei. Planten sterven na de bloei en zaadvorming af, dus best zaaien in het voor- en najaar, zo kunnen we er het hele jaar optimaal van genieten.

Men kan de zaden ook aankopen, eenmaal gekweekt komen de plantjes vanzelf terug. De plant is ook door zijn ruwe opbouw weinig gevoelig voor ziekten of insecten.
Gebruik in de keuken
Zowel de bladeren als de bloemen worden in de keuken gebruikt.

De bladeren kunnen samen met koolbladeren (2 delen kool en 1 deel komkommerkruid) gekookt worden.
Ook kan men de blaadjes gebruiken en klaarmaken zoals spinazie.
Gehakte bladeren worden op het einde van het kookproces zowel aan soep als aan hutspot toegevoegd.
In salades en bij zachte kaas is komkommerkruid een delicatesse.

Door zijn licht zoute smaak is het ook een vervanger en smaakmaker bij zoutloos dieet.
Opgelet: komkommerkruid dient steeds vers gebruikt te worden.
De blauwe bloemen worden zeer gewaardeerd in de moderne keuken en hebben een hoge decoratieve waarde. Alcoholische dranken op basis van jenever of gin kan men versieren met enkele bloempjes (succes gegarandeerd). Ook in komkommersoep kan men met enkele bloempjes decoreren (origineel). Geglaceerd als decoratie voor cake zijn ze pas helemaal speciaal !

Gedroogde bloemen worden gebruikt in potpourri .
TIP voor de moestuin: komkommerkruid is een ideale metgezel voor tomaten en maakt hun smaak voller. Ook pompoenen en aardbeien leven harmonieus samen met deze plant en komt hun smaak ten goede. 
   
Citroenkruid  
Artemisia abrotanum is een bossig struikje, dat behoort tot de Composietenfamilie. De plant komt van nature voor in Zuid-Europa en is in grote delen van de meer noordelijk gelegen gebieden van Europa geïntroduceerd.Andere planten die soms met deze naam worden aangeduid zijn: citroenmelisse en citroengras.

De struik wordt 100-130 cm hoog. De grijsgroene, 5 cm lange bladeren zijn smal en sterk veerdelig. De kleine bloemen zijn geel. De plant kan vermeerderd worden door stekken van zowel de stengels als de wortels.

Citroenkruid wordt tegenwoordig niet meer algemeen in de keuken gebruikt. In de Middeleeuwen werden vette gerechten gekruid met het citroenkruid.

De Engelse volksnaam voor de plant is "maiden's ruin" (ruïneren van de maagdelijkheid), wat duidt op de werking als afrodisiacum.
Wie de liefde van een meisje wilde winnen, moest heimelijk een takje van het citroenkruid onder de band van haar schort steken. Daar de liefde echter alleen door betovering verkregen werd, hield deze maar een jaar stand om daarna in het tegendeel om te slaan. Misschien heet de plant daarom ook in het Engels "Kiss-me-quick-and-go" (Kus-me-vlug-en-ga).

Tijdens de zondagse kerkpreek zou een takje citroenkruid door de geur iemand wakker houden. 
   
Dille  
Anethum graveolens is een plant uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae). Uit dezelfde plantenfamilie komen venkel en kervel. Dille heeft fijne, naaldachtige bladeren.

Het is een kruid met een heel verfijnde smaak.

Het kruid speelt een belangrijke rol in de keukens van de Scandinavische en Baltische landen, Duitsland, Polen en Rusland. Dille wordt niet meegekookt, en niet gecombineerd met andere kruiden, omdat het dan zijn smaak verliest.

Dille wordt gebruikt in soepen en sauzen. Het gedroogde zaad wordt gebruikt voor het wecken van komkommers en augurken. Ook kan azijn ermee worden gearomatiseerd.
 
   
Dragon  
Artemisia dracunculus is een plant uit de composietenfamilie (Asteraceae). De plant wordt toegepast als kruid dat vooral bekend is uit de klassieke (Franse) keuken.

Dragon heeft een bittere, peperachtige anijssmaak. Het is vooral bekend uit klassieke sausen zoals bearnaise, maar wordt ook vaak gebruikt in vinaigrettes en mosterd.

Dragon is afkomstig uit Centraal-Azië en wordt sinds de middeleeuwen culinair gebruikt in West-Europa. Zowel de blaadjes als de bloemen zijn eetbaar.

Dragon vormt een bestanddeel van de fines herbes, een kruidenmengsel dat vaak gebruikt wordt om soepen, eieren en boter op smaak te brengen.

Van de bloemen en de blaadjes kan een thee getrokken worden die de werking van de nieren ondersteunt.
 
   
  Hysop  
  Wetenswaardigheden over hysop
Hysop, inheems in het Midden-Oosten en rond de landen van de Middellandse Zee, verspreidde zich wereldwijd ten tijde van de Romeinse kolonisatie.

Hysop - Hysoppus officinalis

De naam Hysop komt van het Hebreeuws “ezob” wat letterlijk “ heilig kruid” betekent.
Het gebruik van dit ritueel kruid staat beschreven in het Oude testament in het “Boek van de uittocht” en in psalm 51:7 “ zuiver mij met Hysop en ik zal schoon zijn: was mij, en ik zal witter zijn als sneeuw”.
Maar niet alleen bij de Joden, Egyptenaren en Grieken werd het kruid aangeprezen om zijn zuiverende werking, ook bij de Romeinen werd Hysop gebruikt in tempels en in de publieke baden: het kruid werd er aan het badwater toegevoegd om lepra te voorkomen.

Hysop is een winterharde vaste plant die tot 60 cm hoog kan worden. De blauw lila-achtige bloemen (soms ook wit en roze) worden druk bezocht door bijen en leveren overheerlijke honing. Dat de Fransen deze weinig eisende plant “Lavendel van het Noorden” noemen komt door de gelijkenis met lavendel. Hysop behoort ook tot de lipbloemigen (Labiateae), de bloemen komen ook mooi tot hun recht in een bloemenborder.

Hoewel Hysop in hoofdzaak een geneeskrachtige plant is wordt ze ook (in mindere mate) gebruikt in de keuken. De aparte, licht bittere, muntachtige smaak wordt niet door iedereen gewaardeerd.

Standplaats
Hysop groeit vrij gemakkelijk in droge, rotsachtige kalkgronden, zelfs de meest troosteloze gronden krijgen bij Hysop een kans. Planten op een zonnige standplaats en in een goed gedraineerde, kalkrijke grond is voldoende. De plant is helemaal niet veeleisend, waar ze echter niet tegen kan: natte grond en dat vooral in de wintermaanden. Ook in potten op het terras kan de plant gekweekt worden maar tijdens strenge vorstperiodes dient men ze dan wel te beschermen of binnen te halen.

Hysop wordt (door de wat bittere smaak) in de keuken met mate gebruikt. De jonge stengeltoppen genomen vóór of tijdens de bloei geven het meeste aroma. Deze worden gebruikt in soepen, hutsepot, tomaten en marinades die deze een aparte smaak geven. Ook bij lamsvlees, varkensvlees, gevogelte en bij vette vis kan men Hysop gebruiken. De bloemen worden verwerkt in salades en in potpourri. Hysop mag meegekookt worden, men kan het ook invriezen of drogen (minder aromatisch). 
   
 Jeneverbessen  
  De jeneverbes Juniperus communis is een conifeer, een van de weinige coniferen die van nature voorkomen in de Benelux.De naam jeneverbes is een verbastering van het Latijnse Juniperus dat is samengesteld uit 'junior' = 'de jongere' en 'parere' = 'verschijnen'. Dit slaat op de jonge vruchten die reeds verschijnen voordat de rijpere vruchten zijn afgevallen.[1] De drank jenever dankt zijn naam aan deze kegelvrucht.De jeneverbes bevat oliën die wel gebruikt worden in badolie. Ook worden de kegelvruchten in jenever en Bénédictine gebruikt als smaakmaker.

De gedroogde kegelvruchten worden als specerij gebruikt in bijvoorbeeld marinades voor wild. Ook zuurkool wordt traditioneel met jeneverbes gekruid. De gedroogde 'bessen' zijn vaak in de supermarkt te koop. Naast de bessen worden ook de bladeren gebruikt, bijvoorbeeld bij het grillen van vis.De bessen worden, zoals de naam als zegt, gebruikt bij de bereiding van jenever, maar ook voor gin. In Schotland wordt de bast van de boom gebruikt voor het roken van zalm.

Omdat de smaak van jeneverbessen zich langzaam ontwikkelt komen ze het best tot hun recht in marinades en gerechten waar ze lang in meegekookt kunnen worden. Jeneverbessen worden bijna altijd gedroogd gebruikt. Kneus de bessen voor gebruik, dan komt de aromatische en ietwat zoete smaak beter vrij.
Als de bessen bij het roosteren van vlees over de hittebron gestrooid worden zullen ze een heerlijke geur verspreiden (en verloochenen ze niet dat ze van een conifeer afkomstig zijn).

Toepassing (in, op of met):
(Lams)soep - kip voor kipsalade - marinades (wild, gevogelte, tam konijn) - (geroosterd) vlees (lam, varken, niertjes) - paté - groenten (kool, zuurkool). 
   
Kervel  
Kervel, Anthriscus cerefolium (moeskruid, tamme kervel), is een inheemse plant in Zuid-Oost-Europa en West-Azië. Door de Romeinen meegebracht naar het westen, was het in de Middeleeuwen vooral in kloostertuinen te vinden.

Vanaf het voorjaar tot ver in de zomer kan er om de zes tot acht weken worden gezaaid. Het houdt van een licht beschaduwde plek en vochtige, humusrijke grond. De zaden niet al te dik op rij zaaien met een onderlinge rij-afstand van ± 10 cm. De zaden worden met weinig grond bedekt. Door te dicht te zaaien groeien de plantjes uit hun krachten, wat het aroma nadelig beïnvloedt. Verspenen is niet nodig en het rijpe zaad laat zichzelf goed uitzaaien. Het zichzelf laten uitzaaien geeft stevige plantjes.

Kervel is niet gevoelig voor kou en kan al na zes weken worden geoogst. Dan is het kruid zo'n 30 cm hoog. De smaak is dan het beste en het blad erg mals. Bloeiende kervel is zo goed als onbruikbaar als keukenkruid, omdat het dan heel weinig aroma heeft.

Halverwege september kan ook binnenshuis een 'wintercultuur' worden opgezet. Bloempotten of bakken gevuld met compostaarde zijn hiervoor geschikt. Een laagje grof zand op de bodem van de pot zorgt voor een goede afwatering. Tot het zichtbaar worden van de kiemplantjes moeten de potten op een donkere plaats worden gezet. De potten met kiemplantjes moeten daarna een zo licht mogelijk plaats krijgen. De wintercultuur verlangt wat minder water dan de kervelplantjes 's zomers buiten. Door te veel vocht kunnen de jonge plantjes dicht bij de grond gaan rotten.

Kervel heeft een lichte, anijsachtige smaak.

Als keukenkruid zijn de malse jonge blaadjes te gebruiken in soepen, salades, sauzen, gegrilde vis- en vleesgerechten en het is heel lekker in een kaasomelet. Kervelblad kan prima worden ingevroren, het behoudt zijn smaak. Gedroogd verliest het zijn aroma.
De naam moeskruid is een Oudnederlandse naam en slaat op het gebruik in het oude Twentse streekgerecht 'kruudmoes'. Kervel is een belangrijk bestanddeel van een 'fines herbes'-mengsel. Het vult de smaak van andere kruiden aan. Kervel is eetlustopwekkend. 

   
Knoflook  
Allium sativum is een plant uit de lookfamilie (Alliaceae). Tot deze familie behoren andere soorten als de ui en de bieslookKnoflook wordt zowel vers (geperst) als in poedervorm (gedroogd en gemalen) toegepast. Knoflook is een kruid met een zeer doordringende smaak en geur, dat in Frankrijk en de mediterrane landen bijzonder veel gebruikt wordt.

Knoflookazijn kan worden gemaakt door uitgeperste knoflook in gekookte, koude azijn te doen. Dit moet twee weken blijven staan, waarna de azijn gezeefd dient te worden."Lauk" werd al vermeld in de Edda. De Talmoed "Eet regelmatig knoflook, het heldert de geest op, versterkt de mannelijkheid en verdrijft darmparasieten!", de Bijbel en de Koran vermelden knoflook.

De Codex Ebers in Egypte vermeldde al 3500 jaar geleden knoflook. De arbeiders die aan de piramiden bouwden kregen knoflook te eten. Homeros vermeldt gebruik van knoflook door Nestor. Galenus raadde knoflook aan tegen zowat alle kwalen. In de Romeinse tijd wist men dat knoflook de spieren versterkte. Vandaar dat gladiatoren vaak knoflook kauwden. Knoflook verhoogt inderdaad het testosterongehalte. Het geldt om die reden ook als afrodisiacum.
In de Middeleeuwen werd knoflook geacht de duivel en heksen weg te houden en te beschermen tegen de pest. Knoflook kan inderdaad bacteriëndodend werken dankzij de component allicine. 
   
Koriander  
Coriandrum sativum, ook wel coander of wantsenkruid genoemd, is afkomstig uit het Midden-Oosten en de landen rond de Middellandse Zee. Koriander was al bij de oude Egyptenaren bekend, in oude graven zijn zaden gevonden. Ook de oude Grieken en Romeinen hebben het gebruikt.
Waarschijnlijk is het door Romeinse troepen naar Midden-Europa gebracht. Door de wat onaangename geur is de naam afgeleid van het Griekse woord voor wants (een luis).

Koriander is een eenjarige plant met hoogte van 40 - 70 cm, die behoort tot de schermbloemige met heeft witte tot roodachtige bloemschermen. De stengels zijn stevig en geribd, het blad is een- tot drievoudig geveerd. Korianderblad lijkt erg op dat van bladpeterselie. De zaden zijn 2 - 6 mm groot en zijn klein, rond, geribbeld, groenbruin.

Het kruid heeft een lichte, kalkhoudende grond en een beschutte zonnige plaats nodig. Vanaf half april kan dun in rijen worden gezaaid. Korianderzaad kiemt naargelang de bodemwarmte in twee tot drie weken. Hoe warmer de grond, des te sneller zal het zaad ontkiemen. Na het zaaien moet het zaaibed rijkelijk worden begoten. Regelmatig moet onkruid worden verwijderd, want dit verstikt gemakkelijk het zaaigoed. Na het verschijnen van de plantjes is het nodig de grond steeds goed los te maken. Dit stimuleert de groei. Met bemesting - met bijvoorbeeld gedroogde koemestkorrels - kan na ± 3 weken na opkomst van de plantjes worden begonnen.
Zaden om te zaaien zijn te koop in tuincentra, zaden voor gebruik in de keuken zijn te koop bij toko's en veel supermarkten. Als vers kruid in potjes of bosjes op diverse markten en ook in veel supermarkten.

Het verse korianderblad heeft een andere, sterkere smaak dan peterselie. Vers korianderblad kan, net als peterselie, goed worden ingevroren. Wanneer het wordt ontdooid, kan het enigszins donker kleuren. Het behoudt wel zijn smaak. Door het te drogen verliest het veel van zijn aroma. Korianderzaad heeft een wee-zoete, anijsachtige, licht pikant kruidige (een beetje sinaasappelachtige) smaak.

Het blad kan worden gebruikt in koolgerechten, rode bieten, wildsoepen en marinades. Een paar fijngehakte blaadjes toegevoegd aan beurre-blanc smaakt lekker bij gepocheerde vis. Het zaad, gemalen of gekneusd, kan worden verwerkt in bijvoorbeeld wildpaté, koekjes (speculaas), kerrieschotels en oosterse gerechten.

Gemalen korianderzaad (ketoembar) is een onderdeel van onder andere speculaaskruiden, kerriepoeder en inmaakkruiden (de hele zaden). Het zaad bevat etherische olie met corianderol. In India en China wordt het als medicijn gebruikt. Medicinaal werkt koriander tegen een opgeblazen gevoel, bevordert het de eetlust en de spijsvertering. 

   
Kruizemunt of aarmunt  
Mentha spicata of groene munt is een sterk geurende, vaste plant die behoort tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). De soort wordt als keukenkruid gebruikt. De plant is vaak verwilderd en komt van nature voor in Midden- en Zuid-Europa. Na de bloei is de plant niet meer bruikbaar als keukenkruid of voor medicinaal gebruik door verlaging van het gehalte aan gewenste inhoudstoffen. De pepermunt (Mentha ×piperata) is ontstaan uit een kruising van de watermunt (Mentha aquatica) met de aarmunt.

In Afrika wordt thee van de aarmunt als teken van gastvrijheid gezien. De thee is verfrissend en maagzuiverend. De cultivar Mentha spicata 'Nana' heeft zuiver, prikkelend, maar mild aroma en is een onmisbaar ingrediënt voor de Touareg thee.

De aarmunt wordt ook gebruikt voor het garneren van dranken, fruitsalades en groenten. Ook wordt het gebruikt in soepen en gehakt.
In de levensmiddelenindustrie wordt de aarmunt gebruikt voor het kruiden van vleesgerechten, kruidendranken, consumptie-ijs, zoet- en bakwaren en kauwgom. Daarnaast wordt het toegepast in tandpasta en cosmetica.

• Duits: Grüne Minze, Wald-Minze, Grüne Rossminze, Römische Minze, Ähren-Minze, Marokkanische of Ägyptische Minze
• Engels: Spearmint (nl:kruizemunt)
• Frans: Menthe verte .

Er zijn veel soorten munt, met sterk verschillende soorten blad en verschillen in smaak. Ze bloeien allemaal met - op elkaar lijkende - piep kleine lila bloemetjes.
De meeste muntsoorten zijn makkelijk te herkennen aan de frisse muntgeur die vrij komt als er een blaadje van de plant afgeplukt en fijn gewreven wordt.
De bekendste soort is de pepermunt. Deze muntsoort heeft een grote economische waarde omdat er pepermuntolie uit wordt gewonnen voor industrieel gebruik, onder meer als smaakmaker in snoep (zoals pepermuntjes en kauwgum) en dranken (zoals likeur).
Pepermunt heeft - zoals de naam al zegt - een pittige, doordringende muntsmaak en daardoor is het blad ervan (zowel droog als vers) bij uitstek geschikt voor muntthee.

Als keukenkruid is pepermunt doorgaans niet de beste keus omdat de bladeren erg stug zijn, meestal wordt daarvoor de voorkeur gegeven aan groene munt of kruizemunt. Beide hebben zachte gekroesde bladeren en een mildere muntsmaak dan pepermunt).
Munt kan in warme en koude bereidingen toegepast worden.
Gebruik munt bij voorkeur vers, door drogen verliest munt veel smaak. Toepassing (in, op of met):
Koude soep - zuivel (yoghurt, verse kaas) - salades - garnering - gekoelde dranken - lamsvlees - vullingen - groenten (doperwten, worteltjes, courgette, komkommer, aubergine) - vruchtensalades - snoep ( pepermunt, kauwgum, vulling voor chocolade) - nagerechten - ijs. 
   
Kummel of Karwijzaad  
is de vrucht van een tweejarig Europees-Aziatisch kruid. De plant behoort tot de schermbloemenfamilie en is daardoor verwant met bijvoorbeeld dille, snijselderij, koriander en kervel. De specerij heeft een anijsachtige smaak. Het wordt het meest gebruikt in de keukens van Noord-, Centraal- en Oost-Europa.
Karwijzaad wordt gedroogd en als zodanig gebruikt.
Karwijzaad wordt gebruikt bij de bereiding van brooddeeg, kool, worst en sommige soorten kaas. Het bekendst is het gebruik in zuurkool.
Een waarschuwing is op zijn plaats; voor veel personen wordt deze specerij als dominant en onplezierig ervaren. 
   
Laurier  
kennen de meesten van ons hoofdzakelijk als het 'lastige blaadje' in de soep. In culinaire termen is laurier bestanddeel van het bouquet garni. Het sterk aromatische blad geeft, als het licht wordt gekneusd, een verfijnde smaak aan tal van gerechten. Laurier is een kruid afkomstig van de laurierboom of -struik die in de landen rondom de Middelandse Zee voorkomt. De bladeren van de laurierboom of -struik zijn ongeveer 5 cm lang en deze worden als kruid gebruikt. Laurier heeft een specifiek aroma.

Laurier wordt meestal gedroogd aangeboden, maar ook vers geplukte bladeren kunnen goed worden gebruikt. De gedroogde blaadjes moeten nog groen zijn; bladeren met een gele of bruine kleur zijn te oud. Laurier moet zo vroeg als mogelijk in het kookproces worden toegevoegd. Voor het serveren moeten de blaadjes uit het gerecht gehaald worden, omdat ze hard blijven.

Laurier wordt gebruikt In sauzen, zuurkool, rode kool, stamppot, groentesoepen, marinades, ingelegde augurken, komkommer, rode bieten, ... kunnen laurierbladeren worden gebruikt. Laurierbladeren bezitten een aroma dat bij heel veel spijzen past; zelden wordt een gerecht door laurierbladeren bedorven. Het is een gezond, aromatisch-bitter kruid, dat de vertering helpt. De bladeren kunnen rustig worden meegekookt en voor het opdienen worden verwijderd.

In de Klassieke Oudheid was laurier een symbool voor de overwinning. Overwinnaars werden getooid met een lauwerkrans, gemaakt van laurierbladeren. In de stripverhalen van Goscinny en Uderzo over Asterix en Obelix wordt Julius Caesar dan ook altijd met een lauwerkrans afgebeeld.
De term laureaat is een overblijfsel van deze symboliek. Verder zijn nog een aantal uitdrukkingen op laurier gebaseerd, bijvoorbeeld "op zijn lauweren rusten", "gelauwerd zijn", "lauweren oogsten". 
   
Lenteuitjes  
  Lenteui is een lookgewas dat valt onder de familie van het Allium geslacht. Dit is een zeer omvangrijk geslacht: het bestaat uit wel 600 verschillende soorten. Lenteuitjes worden jong geoogst en zien er uit als mini preitjes. Ze worden geteeld in Duitsland, Frankrijk, Israël, Malta, Spanje, maar ook in Nederland. De lenteui vormt licht verdikte witte schachten die aan de basis met de wortels verbonden zijn, vergelijkbaar met de prei. De lenteui wordt ook veel als bosui of stengelui aangeduid, maar deze behoren tot de soort Allium fistulosum var. Giganteum.

Lenteui is het hele jaar rond verkrijgbaar. Ze wordt los, of in de koeling verpakt in plastic folie verkocht. Bewaar lenteui in de zomer in de groentelade van de koelkast bij een temperatuur tussen 2 en 4 graden Celsius of gedurende de andere maanden op een koele droge plaats. De lenteui kan zo wel één tot twee weken bewaard worden. Je kunt lenteui die verwerkt is in een gerecht wel invriezen. Een lenteui op zich invriezen is meestal geen succes. Bij het ontdooien zullen de bladeren en stengels slap en week zijn en zullen ze geen frisse aanwinst voor een culinaire bereiding meer zijn. Eventueel kun je het groen van de lenteui in ragfijne reepjes invriezen en deze direct op het gerecht strooien.

De smaak van lenteui lijkt op die van de prei, net zo zacht, maar is wat pittiger. Let bij de aankoop of de stengels er fris uitzien en een witte onderkant hebben. Ze mogen geen vorstschade hebben opgelopen
Lenteui kan gekookt of rauw gegeten worden. Meestal vormen zij een onderdeel of vulling van meerdere groentesoorten in een gerecht. Een lenteui wordt voornamelijk in stukjes gesneden in een gerecht verwerkt. Gerechten waarin een lenteui wordt meegestoofd, verkrijgt een zachte uiensmaak. Ze kunnen ook in ragfijne reepjes gesneden worden gebruikt ter garnering van salades, soepen, ragouts, vleesgerechten of eiergerechten. Lenteui is prima geschikt in voorjaarsgerechten en smaakt goed bij kalfsvlees of kip. Lenteui wordt veel in de Aziatische keuken gebruikt in roerbakgerechten.  
   
Maggi of lavas  
hoort thuis in Zuid-Europa. Het schijnt uit Ligurië (Italië) te komen, vandaar de naam ligusticum wat later levisticum werd. Lavas (Levisticum officinale) komt al heel lang in kruiden(klooster)tuinen voor. Een zestiende-eeuwse kruidenkundige beweerde dat het, toegevoegd aan het badwater, reukverdrijvende kwaliteiten heeft. Het kan ook dienen om de mond te spoelen en de ogen te wassen.

Zowel de bladeren als de zaden worden gebruikt in de keuken en hebben een selderachtige smaak. Bladeren worden gebruikt in stoofpotten, salades, sauzen en soepen. Het zaad wordt gebruikt om brood smaak te geven. Lavas kan gebruikt worden als smaakversterker.
Het gebruik tijdens de zwangerschap wordt door sommigen afgeraden. Lavas verlicht spijsverteringsproblemen.Soms worden ook nog andere (ouderwetse) Nederlandse namen als leverstok, lubbestok, processieplant en man(s)kracht gebruikt. De Engelse naam is lovage. 
   
Maggi  
Eigenlijk is Maggi Aroma een vloeibare smaakversterker. Het is genoemd naar de Zwitsers Julius Maggi, die geboren werd in de 19e eeuw. Hij maakte de maggi in 1886, gedreven door de wens de voeding van de fabrieksarbeider te verbeteren. Tegenwoordig is het een merk van de firma Nestlé.
Maggi is een mengsel van hoofdzakelijk gluten en sojabonen, die met enzymen zijn behandeld, aangevuld met smaakversterker als natriumglutaminaat (E621), gistextract, zout en diverse aroma's. De smaak lijkt zeer op lavas, zodat dit kruid de naam maggikruid meekreeg. Toch is Lavas geen onderdeel van de maggi. De kleur van de maggi ontstaat door de toevoeging van E150, karamel.
Maggi wordt voornamelijk gebruikt als smaakversterker in de soep, maar kan ook gebruikt worden als onderdeel van een marinade en bij de bereiding van Aziatische gerechten, Groentes en in salades.
 
   
Marjolein of oregano  
Echte Marjolein (Origanum Marjorana) komt zelden verwilderd voor. Deze plant wordt veelvuldig in tuinen gekweekt. Het is een half winterharde plant. De bloemen van Marjolein zijn wit of licht rood. De bladeren zijn middelgroen en aan beide zijde grijsviltig behaard. De stengel is recht tot slap, harig, rond en groen met rode spikkels. De plant heeft horizontale wortelstelen waar ze de grond raken.
De Grieken hebben ons de legenden nagelaten en de naam van dit aloude keukenkruid: oros ganos, vreugde-van-de-berg. Degenen die Griekenland bezocht hebben, waar oregano (wilde marjolein of majoraan) de heuvelhellingen bedekt en de zomerlucht haar geur geeft, zullen die naam zeker bevestigen. De zoet-pittige geur van marjolein werd volgens zeggen gecreëerd door Aphrodite als een symbool voor geluk. Bruidsparen werden gekroond met slingers van marjolein en planten werden op grafstenen geplaatst om rust te geven aan rondwarende geesten. Aristoteles meldde dat schildpadden die een slang verzwolgen onmiddellijk oregano zouden moeten eten om niet dood te gaan, dus werd oregano ook door mensen als tegengif ingenomen. De Grieken hielden van de geur na een bad, als marjoleinolie op hun voorhoofd en in hun haren gemasseerd werd. Eerder al, in het oude Egypte, was het bekend dat oregano kon genezen, desinfecteren en voedsel conserveren en die kennis is sindsdien bewaard gebleven.

Echte marjolein werd in de Middeleeuwen in Europa geïntroduceerd en ze was in trek bij de dames "om in ruikers, kruidenbuiltjes en reukwatertjes te doen". De bladeren werden ook over eiken meubels en vloeren gewreven om er een geurende glans over te krijgen. Bij onweer stopten de melkmeisjes marjolein bij de bussen verse melk om de zoetheid ervan te bewaren.
Wilde marjolein lijkt erg op Tijm en werd door de volksgeneeskunde ook om dezelfde eigenschappen gewaardeerd. Meer bepaald gebruik als maagversterkend en hoestdempend middel en als expectorans (in geval van hevige hoestbuien).
Marjolein heeft een intens aroma, dat aan tijm doet denken, maar zachter van smaak en zoeter is. Het kruid wordt voornamelijk gebruikt bij de bereiding van worsten, maar past ook uitstekend bij witte bonen, aardappelgerechten, zuurkool, gehakt, varkensvlees, vleespastei, wild en gevogelte en in tomatensaus. 
   
Mosterd  
In Nederland en Vlaanderen wordt mosterd vooral gebruikt als smaakmaker op bijvoorbeeld worst, zoals in hotdogs of bij kroketten. Soms eet men gewoon een boterham met kaas en mosterd. Verder wordt mosterd toegepast in mosterdsaus, die bijvoorbeeld bij vis gegeten wordt. In de Indonesische keuken wordt mosterd ruim toegepast in de "duivelse runderlapjes". Hele mosterdzaadjes worden gebruikt bij het inmaken van zure augurken of zilveruitjes, en ook in mosterdkaas.
Zowel de oude Grieken als de Romeinen kenden mosterd. De Grieken vanaf de 4e eeuw voor Christus alleen als geneesmiddel. De Romeinen beschreven de mosterdbereiding in de eerste eeuw na Christus.
In de Middeleeuwen werd voor het eerst over mosterd geschreven in de tijd van Karel de Grote. De Franse stad Dijon had in de 13e eeuw na Chr. een monopolie op mosterd.
Mosterd was zeer geliefd aan het pauselijk hof in Avignon. Paus Johannes XXII benoemde zijn neef tot "Grand Moutardier du Pape" ("Grote mosterdmaker van de Paus").

Er bestaan verschillende soorten mosterd:
• Gele mosterd (Sinapis alba), een plant uit de familie der kruisbloemen, afkomstig uit Zuid-Europa.
• Zwarte mosterd (Brassica nigra), eveneens een kruisbloemige, in hetzelfde geslacht als diverse koolsoorten, zoals bloemkool, boerenkool, spruitjes.
• Sareptamosterd (Brassica juncea)
• Ethiopische mosterd (Brassica Carinata)
 
Er zijn vele soorten mosterd op de markt:

• Franse Dijonmosterd (Moutarde de Dijon) heeft een bereidingsmethode die, volgens Franse wetgeving, alleen in Dijon mag worden toegepast. De mosterdzaadjes van zwarte mosterd worden in water geweekt tot ze opzwellen (mouten). De vliesjes die om de zaadjes heen zitten barsten. De vliesjes worden verwijderd door het geheel te zeven, waarna de zaadkerntjes met nog niet vergist druivensap (most) tot een gladde pasta worden gemalen.
• Engelse mosterd wordt gemaakt van droog gemalen mosterdmeel van zwart en sarepta mosterdzaad en geel mosterdzaad.
• Beierse mosterd is zacht en zoet, en staat bekend als Süßer Senf. Er wordt gentiaan aan het mosterdmengsel toegevoegd.
• In Nederland wordt op diverse plaatsen mosterd geproduceerd, meestal is dat grove mosterd. De vliesjes van de zaden zitten in de mosterd. Zo is er Groninger mosterd, Zwolse mosterd, Zutphense mosterd, Deventerse Mosterd en Doesburgse mosterd. Er bestaat ook Veendammer mosterd, Zeeuwse mosterd, Brabantse mosterd, Delftse mosterd, Almense mosterd, Zaanse Mosterd of Waddenmosterd. Bijna iedere streek heeft zijn eigen soort mosterd, met eigen geheime ingrediënten en bereidingswijzen.

Mosterd en taal.

Het woord mosterd is afkomstig van het Latijnse 'mustum', dat druivensap betekent. Dit duidt op het gebruik van mosterd vermengd met wijn, dat als geneesmiddel gebruikt werd. In het Nederlands komt het woord al voor in 1240 na Chr.

Mosterd komt ook voor in een aantal spreekwoorden:

• Hij weet waar Abraham de mosterd haalt - hij weet hoe de zaken in elkaar steken. Dit is een verbastering van mutsaard (houtstapel)
• Je weet nooit waar Abraham de mosterdpot laat staan
• Dat is mosterd na de maaltijd - deze oplossing komt te laat
• Beter hesp zonder mosterd, dan mosterd zonder hesp.
• Dat is dure mosterd - dat is dure waar
• Iemand tot mosterd slaan - tot moes slaan
• Iemand door de mosterd halen - iemand over de hekel halen
• Ergens mosterd van gegeten hebben - iets te duur betaald hebben
Mosterdgas: Een chemisch wapen dat vooral in de Eerste Wereldoorlog is gebruikt (maar weinig met mosterd te maken heeft). De verbinding verkreeg zijn naam omdat de geur enigszins aan die van mosterd deed denken.
zelf mosterd maken.

Tot in de 20e eeuw werd er in verschillende Nederlandse streken nog thuis mosterd gemaakt. Een typische methode was het gebruik van een houten kom of pan en een forse stalen kogel. Het mosterdzaad werd in de kom gestrooid onder toevoeging van azijn of wei. Door de kogel rond te bewegen werd het zaad gekneusd.
Zelf mosterd maken is inderdaad zo eenvoudig. Je weekt (een mengsel van) mosterdzaden een nacht in water, azijn, bier, vruchtensap of een mengsel daarvan. De zaden zijn dan opengesprongen en gemakkelijk te malen in een vijzel of keukenmachine. Voeg naar eigen inzicht kruiden, honing of suiker, olie en zout toe en zoveel vocht dat de gewenste dikte ontstaat. Laat de mosterd tenminste een week rijpen in de koelkast en schep het daarna in een pot.
Mosterd is nog eenvoudiger te maken met mosterd meel, te koop in natuurvoedingswinkel en van Gordon's of Colman's in supermarkt of Engelse winkel.  
   
Munt  
Munt heeft een bijzondere band met de Engelse keuken. Beroemd is de muntsaus die bij Lamsvlees en de onvermijdelijke groene erwtjes wordt geserveerd. In die saus is groene munt verwerkt, maar er bestaan veel andere soorten munt met verschillende geuren en smaken, al is de Mentha spicata de meest gebruikte.

Plinius schreef dat groene munt de geest opwekt en de smaak een begerig verlangen naar vlees veroorzaakt. Munt werd en wordt nog steeds rond de gehele Middellandse Zee gebruikt en is vandaar ook naar noordelijker gebieden overgebracht.

Zowel de botanische als de Nederlandse naam van de plant vinden hun oorsprong in de Griekse mythe over de nimf Minthe, die belaagd werd door Hades, de god van de onderwereld. Diens echtgenote Persephone werd jaloers en veranderde de nimf in een muntblaadje.

In de Engelse keuken gebruikt men het in sauzen en stoofgerechten. In de Griekse keuken eveneens in sauzen en meegestoofd met lams- en schapenvlees. In de Indiase keuken wordt munt in dranken en chutneys gebruikt. In de Turkse keuken in soepen en salades. Citroenmunt wordt specifiek bij kip en in vruchtensalades en dranken toegevoegd. Witte munt smaakt ook erg lekker in vruchtensalades. Rode raripilamunt heeft een zachte smaak en past goed in salades, desserts en wederom weer dranken.
De scherpe pikante smaak van munt is onmiskenbaar.
De olie die de plant oplevert wordt gebruikt bij de vervaardiging van pepermunt-kauwgom. Hoewel de plant inheems is in Zuid-Europa is zij nu ook doorgedrongen in de rest van Europa en komt zowel gekweekt als verwilderd voor. Voorzichtigheid is geboden bij het kopen van groene munt. Er is namelijk een andere soort munt, Mentha longifolia (hertsmunt) die grijsgroene bladeren heeft en een onaangename geur. De hertsmunt kan kruisen met de groene munt en levert dan bastaardplanten op die wel op de groene munt lijken, maar niet de juiste geur hebben. Deze bastaarden komen helaas nog in de handel voor.
verse of gedroogde bladeren, in saus of gelei bij gebraden vlees, in het vlees gewreven voor grilleren of bakken, bij salades, in vruchtensnoepjes, zomerdrankjes en chutney; als bestanddeel van een bouquet garni en kruidenmengsels. 
   
Paprika  


De paprika is de vrucht van bepaalde gekweekte vormen van Capsicum annuum. Andere gekweekte vormen van deze zelfde soort hebben heel anders uitziende vruchten die bekend staan als rode peper of Spaanse peper. De soort komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, maar de paprika is naar ons gekomen via Hongarije. De soort werd, net als rode peper, in Hongarije geïntroduceerd door de Turken: Hongarije is jaren lang deel geweest van het Groot Ottomaanse Rijk. In Hongarije is verder gekweekt tot veel meer rassen. De naam paprika is afkomstig uit het Hongaars, waar het pepertje betekent.
Rode paprika's zijn in onrijpe staat groen en worden vaak ook in die toestand gegeten. Er zijn inmiddels ook andere kleurvarianten zoals geel, wit, paars en oranje. In totaal zijn er negen kleuren, maar er worden maar vier kleuren op grote schaal gekweekt (rood, geel, groen, en oranje).

Van de paprika zijn er in rijpe toestand verschillende kleurvariaties. Onrijp zijn ze bijna allemaal groen van kleur. Bekend is het zogenaamde stoplicht, dat bestaat uit een samen verpakte rode, gele en groene (onrijpe) zoete, geblokte, dikwandige paprika. De meeste paprika's die in Nederland geteeld worden zijn van het geblokte type (California wonder type). De witte, oranje en bijna zwarte paprika's zijn meer langwerpig van vorm en hebben een dunnere vruchtwand. Ze worden zoetepuntpaprika's genoemd en zijn steeds meer in de supermarkt te verkrijgen. Een derde type paprika is het type Lamouyo. Dit zijn zeer grote en grove paprika's, die vooral in Zuid-Europa worden gekweekt.

Als ze groeit is de paprika groen, tijdens het rijpen verandert de kleur naar rood of geel. De smaak van de paprika verandert ook in deze periode, de rode en gele zijn zoet terwijl de groene een veel bitterder smaak heeft.
De paprika is verwant met de scherpe rode pepers en bevat iets capsaïcine, dat direct de warmtezintuigen in de mond prikkelt (dus niet de smaakzin) en daardoor het idee geeft dat het gerecht te heet is zodat de smaak vaak als 'heet' wordt omschreven. Paprika's bestaan in veel variëteiten. De paprika's in Nederlandse supermarkten zijn echter nagenoeg capsaïcinevrij, en nauwelijks meer heet. Paprika is rijk aan vitamine C. Uit onderzoek is gebleken dat rode paprika's van alle paprika's de meeste vitamine C bevat. 
   
Peterselie  
er zijn twee soorten peterselie die als keukenkruid gebruikt worden:
• Peterselie met gekroesde bladeren, de krulpeterselie die (in Nederland en België) meestal 'gewone' peterselie of (zonder meer) peterselie genoemd wordt.
• Peterselie met platte bladeren, die 'officieel' bladpeterselie heet, maar vaak beter bekend is als Italiaanse peterselie.
De keus tussen krulpeterselie en bladpeterselie is afhankelijk de toepassing.
Bladpeterselie is sterker van smaak en kan wat beter tegen verhitten (en is de beste keus in warme bereidingen).
Krulpeterselie is decoratiever en kan makkelijker fijn gesneden worden (en wordt daarom vaak in sauzen en als garnering gebruikt).
Tip: Vaak wordt de keus bepaald door wat er te koop is: Bladpeterselie is in Nederland en België niet algemeen verkrijgbaar. Let bij aankoop op: Bladpeterselie lijkt erg op selderij.

Gedroogde peterselie:
Eigenlijk alleen voor de kleur (heeft weinig smaak).
Verse peterselie:
Wassen, droogdeppen en (indien nodig) klein snijden.
Tip: In de meeste toepassingen wordt alleen het blad gebruikt (Tip: Gooi de stelen weg of bewaar ze (in de vriezer) voor het trekken van bouillon).
Peterselie kan in koude en warme gerechten gebruikt worden maar voeg peterselie zo mogelijk pas op het laatst aan een warme bereiding toe, door verwarmen gaat veel van de smaak verloren.
Diepvries peterselie:
Niet ontdooien, nog bevroren gebruiken net zo als verse peterselie, alleen niet als garnering (wordt slap na ontdooien).
Weetje:
Ondanks het feit dat er veel van de smaak verloren gaat wordt peterselie toch vaak gebruikt in bereidingen die lange tijd verwarmd worden. Zo is peterselie te vinden in het bouquet garni dat in de Franse keuken in soepen, bouillon en stoofpotten gebruikt wordt. 
   
Rozemarijn  
De Latijnse naam Rosmarinus komt van de woorden ros = dauw, en marinus = uit zee komen. De botanische naam Rosmarinus betekent letterlijk: dauw der zee
Al sinds mensenheugenis is dit kruid gebruikt door koks en apothekers.

Rozemarijn is een oud middel voor de versterking van het geheugen en het is een symbool voor vriendschap en trouw. Rozemarijn hing samen met niet vergeten: men gaf takjes aan geliefden die op reis gingen, droeg kransen bij bruiloften. Het plantje werd bij huwelijks en geboorte rituelen gebruikt. Anna van Kleef droeg een krans van Rozemarijn toen ze met Hendrik VIII huwde en men plantte struiken op begraafplaatsen.

Recent onderzoek heeft inderdaad aangetoond dat één van de werkzame stoffen (carnosic zuur/ CA) de hersenen kan beschermen tegen een beroerte en neurodegeneratie, zoals bijvoorbeeld Alzheimer.

Het gedistilleerde vocht van rozemarijnbloemen was in Europa een geliefd schoonheidsmiddel bij allerlei (hoofd)huidproblemen. Het werd ook verwerkt in pijnstillende zalven.
Boeketjes met geurige kruiden (waaronder rozemarijn) werden gedragen als beschermingsmiddel tegen ziekten en epidemieën. In voorbije tijden werd de harsachtige rozemarijn verbrand om de lucht te zuiveren.

Aangezien de smaak sterk is, is rozemarijn vooral geschikt om vleessoorten met een sterke smaak te begeleiden, zoals wild en rood vlees. Het overleeft een bak- en braadproces uitstekend. Het kan tevens gebruikt worden in slaatjes en sauzen. 
   
Salie  

 
 

De echte salie (Salvia officinalis) is een plant die behoort tot de lipbloemenfamilie (Labiatae of Lamiaceae). De plant wordt vooral gebruikt als kruid en is met name bekend uit de Italiaanse keuken.
De plant wordt 40-80 cm hoog. De bladeren zijn dik, grijs en sterk aromatisch; de nerven zijn diep ingezonken. De bladrand is fijn gekarteld-getand of bijna gaafrandig. De stengel kan onderaan houtig zijn.
Vanaf mei, vlak voor de bloei, kunnen er scheuten worden geplukt om te drogen. Dit drogen moet snel gebeuren, namelijk binnen een week. Hiervoor is een droge en goed geventileerde plek nodig.[1]
Salie is inheems in de westelijke en zuidelijke Balkan waar hij groeit op de kale kalkrotsen. Via de Zwitserse en Franse kloostertuinen is Salie ook in Nederland terechtgekomen. Nu is het een cultuurplant en wordt in de zuidelijke landen op grote schaal gekweekt.
De naam Salvia, van het Latijnse Salvere (gezond zijn, genezen of redden), betekent "heilzaam kruid" en geeft zijn goede reputatie al weer.
Salie is van oudsher geprezen als versterkend middel. Door regelmatig Salie gebruik zou men langer leven. De kruidkundige Gerard schreef in 1597: "Salie is bij uitstek goed voor hoofd en hersenen, het maakt de zintuigen en het geheugen kwieker, versterkt de zenuwen, herstelt de gezondheid van lammen en geneest trillende ledematen".
Voor de wijzen uit de oudheid was het kweken van enkele salieplantjes in de tuin een garantie voor een lang leven en een goede gezondheid. Ook betekende een struik Salie in de tuin dat de vrouw des huizes de baas was.
In de zeventiende eeuw werd Salie door de Chinezen zo gewaardeerd dat Hollandse kooplieden merkten dat de Chinezen drie kisten Chinese thee wilden verhandelen tegen één kist saliebladeren.

Voor de Romeinen was het een heilig kruid dat met enige ceremonie verzameld moest worden. De aangewezen persoon brengt een offer van brood en wijn, draagt een witte tuniek en is blootsvoets en gereinigd. De Romeinse instructies waren tegen het gebruik van ijzeren gereedschap, een verstandige maatregel daar ijzerzouten onverenigbaar zijn met Salie.

Lang geleden gingen maagden op de avond voor de langste dag in groepjes naar een park of tuin. Dit was de zogenaamde midzomernacht. Iedere maagd had een takje Salie bij zich en moest met deze Salie enkele rituele handelingen verrichten. Als alles goed verliep verscheen precies om middernacht de toekomstige echtgenoot voor de trouwlustige maagden.

In ons land werd Salie meegekookt in de melk. Deze saliemelk werd voor het naar bed gaan gedronken om lekker te kunnen slapen. Nog niet zo heel lang geleden was saliemelk een heel bekende drank die in Veenendaal op lampegietersavond gedronken werd. Op lampegietersavond werden voor het eerst na de zomerperiode de straatlantaarns weer aangestoken. Dit volksfeest ging gepaard met een feest van lichtjes in pompoenen en het zingen van liederen. Aan het einde van de avond kreeg ieder een beker warme saliemelk en kon heerlijk slapen.

In de Lage Landen werd het ook gebruikt om mee te koken in melk. Deze saliemelk of kortweg salie werd als geneeskrachtig en rustgevend beschouwd. Zo zeer rustgevend dat Potgieter in zijn boek Jan, Jannetje en hun jongste kind (1841) een Jan Salie laat optreden, die, voor hij naar bed gaat, saliemelk drinkt (in plaats van een stevig glas bier). Deze figuur staat symbool voor de trage 19e-eeuwse, Nederlandse geest. Nog steeds is Jan Salie synoniem voor een trage geest.

Salie dient met mate te worden gebruikt, omdat het door zijn sterke smaak gemakkelijk andere kruiden overheerst.
Enkele verse blaadjes bij vette gerechten vergemakkelijkt de spijsvertering.
Salie past uitstekend bij alle varkensvlees en gansgerechten.

Salie is een uiterst belangrijk bestanddeel bij de bereiding van de beroemde Provençaalse "Aigo boulida". Een soep die wordt opgediend om de vertering te vergemakkelijken van al wat daarna nog zal gegeten worden.

De bloemen van salie zijn geschikt om in salades te versnipperen. Het blad is goed te combineren met andere sterke smaken. Het maken van salieazijn en salieboter is het proberen waard.  
   
Selderij  
  Snijselderij, blad-, struik- of bosselderij (Apium graveolens var. secalinum) is een tuinkruid en vergelijkbaar met peterselie, maar dan met een veel sterkere smaak. Het is ook een veel agressievere plant. De plant kan hoogten bereiken van meer dan een meter.
Selderij komt in Nederland ook in het wild voor en staat op de Nederlandse Rode Lijst van planten als vrij zeldzaam en matig afgenomen.
Snijselderij wordt zowel onder glas als in de vollegrond geteeld. Voor de teelt onder glas wordt in september gezaaid met oogst in december tot maart.
In de vollegrond wordt half april tot eind april gezaaid. Bij deze laatste teelt kan tot drie keer worden geoogst. De eerste keer in juli, daarna in augustus en september.

Rassen
• 'Amsterdamse Fijne Donkergroene' wordt zowel onder glas als in de vollegrond geteeld. Het fijne blad is donkergroen en zeer aromatisch. Ook de bladstelen zijn zeer fijn.
• 'Gewone Snij' wordt alleen in de vollegrond geteeld. Het blad is groot en de bladsteel grof.
• 'Zwolse krul' wordt zowel onder glas als in de vollegrond geteeld. Het zeer aromatische blad is zeer fijn en diep ingesneden.
Er is knolselderij (Apium graveolens var. rapaceum), bleekselderij (Apium graveolens var. dulce) en snijselderij. Knolselderij vormt een knol met een doorsnede van zo'n 10 cm. Hoewel knolselderij voor de knol geteeld wordt kunnen de bladeren ook gegeten worden. Vaak wordt in het vroege voorjaar knolselderij met een toefje loof in de handel gebracht. Van bleekselderij worden de bladstelen gegeten, maar ook de bladeren zijn te eten. Van de snijselderij worden de blaadjes en de bladstelen geconsumeerd.
Zo'n beetje alle selderij is heerlijk in soepen, zoals knolselderij in erwtensoep.
Selderij wordt hoofdzakelijk vers gebruikt. De steeltjes kunnen worden meegekookt, de bladeren worden na het kookproces toegevoegd.
Selderij kan gebruikt worden in combinatie met tomaat, worteltjes, peulvruchten, prei en bij de bereiding van soepen, in stoofgerechten van vlees en gevogelte, in sausen en Indiase gerechten. 
   
 Sjalotjes  
  De Latijnse benaming van sjalot is Allium cepa - aggregatum. Waarschijnlijk hebben kruisvaarders de sjalot uit Azië meegenomen naar Europa. Hierna is de sjalot geëvolueerd tot zijn huidige vorm.

Sjalotten kunt u in diverse landen aantreffen. Hierbij zijn er soms verschillen waarneembaar, welke deels te maken hebben met traditionele rassen of gebruiken.
Zo vindt u in Azië overwegend kleine, ronde sjalotten met een rode kleur. Daarentegen wordt in Frankrijk de voorkeur gegeven aan een sjalot die langwerpig is en roodbruin van kleur. In Nederland en Denemarken komen van oudsher ronde, roodbruine en ook gele sjalotten voor.
 
   
Tijm  
Als het ergens in het plantenrijk geurt, dan is het wel bij de lipbloemigen (Lamiaceae). Zoveel soorten van deze familie verspreiden geuren! Voorbeelden zijn Munt, Salie, Marjolein, Bonenkruid, Citroenmelisse, Basilicum, Hysop, Lavendel en Rozemarijn. Ook onprettige geuren komen voor zoals die van Kattenkruid. De eveneens lipbloemige Tijm geurt echter prettig en aromatisch. De botanische naam van Tijm, Thymus, verwijst daar ook naar: die is herleidbaar tot het Griekse woord 'thymon' dat 'geur' betekent of 'geur geproduceerd door verbranding'. Dat laatste voert terug naar oeroude rituelen om de plant te gebruiken in reukoffers.

Tijm is inheems in het Middellandse-Zeegebied, in het zuiden van Italië en in Griekenland, waar het op rotsige hellingen groeit. Grieken en Romeinen gebruikten het kruid al. De Romeinen brachten het waarschijnlijk mee naar West-Europa. Volgens overlevering is het geliefd bij feeën en elfen. Tijm werd vaak aangehaald door Shakespeare en andere schrijvers. In de Middeleeuwen borduurden edelvrouwen tijmmotieven op de sjerp van hun geliefden.

Bruiden legden op hun trouwdag en takje tijm in hun schoen en fluisterden: 'Tijm heb ik in m'n schoen gedaan, kijk alsjeblieft geen ander aan'.

Tijmblaadjes of takjes kunnen worden gebruikt in aardappel-, vlees-, kip- en visgerechten en in soepen (tomaten). Het is een onderdeel van het bouquet garni: tijm, peterselie en een blaadje laurier. Tijm behoudt gedroogd z'n sterke aroma. Blaadjes en takjes kunnen goed worden ingevroren. Het bevordert de spijsvertering en werkt antiseptisch. Thee van tijm met wat honing verzacht hoest en maagkrampen.
 

   
Uien  
De naam ui (Allium cepa) (ook wel "ajuin" of "juin" genoemd in Zuid-Nederland en Vlaanderen) wordt meestal gebruikt voor Allium cepa, ook de tuinui genoemd. Het is een plant uit de lookfamilie (Alliaceae).
Uien hebben een sterke smaak en geur die verminderen door het klaarmaken. Ze hebben in het algemeen een papierachtig buitenste vel over een gelaagde kern. Ze worden wereldwijd gebruikt in de keuken, en bestaan in allerlei vormen en kleuren.
Uit geschriften van rond 3000 v.Chr. blijkt dat de ui voor het eerst in delen van Azië werd verbouwd. In deze periode kwam de ui ook voor in China en later ook in het oude India. Vanuit India is de ui naar Griekenland en Egypte gebracht. In decoraties en hiërogliefen van piramides komt de ui veelvuldig voor. De piramidebouwers kregen uien als rantsoen. Aangenomen werd dat de ui de fysieke kracht bevorderde en ziekten hielp voorkomen. Uien werden ook in graftombes gelegd voor in het volgende leven. Ze waren tegelijkertijd voedsel en medicijn tijdens de reis naar het hiernamaals. Ook zou de schil door de structuur gezien worden als een symbool van eeuwigheid.
Uien werden ook door Grieken en Romeinen gebruikt. Een deel van de markt in Athene werd zelfs 'ta skoroda' genoemd, wat 'de knoflook' betekent en aangeeft dat de handel in Allium deel uitmaakte van het dagelijkse leven. Na de introductie door de Romeinen in Europa werd de ui als groente snel populair. In de dertiende eeuw was er in Londen een levendige handel en werden er zelfs geïmporteerde uien verkocht. Vanaf dat moment neemt de ui in belang toe, zowel in Europa als daarbuiten.
De ui heeft, in zowel positief als negatief opzicht, altijd veel aandacht gekregen. Hij speelde een belangrijke rol in de folklore, literatuur en schilderkunst en werd niet zelden symbolisch, geneeskrachtig of spiritueel gewaardeerd. Uien zijn niet alleen een groente, maar ook een smaakmaker, net als prei, wortel en selderieknol. Ook worden gedroogde uitjes gebruikt. Meestal worden hier Spaanse uien voor gebruikt, omdat die een hoger drogestofgehalte hebben. In de boeddhistische keuken worden uien vermeden, vanwege de geur en de vermeende lustopwekkende werking.
   
Venkel  
  De naam venkel is afkomstig van het Latijnse woord foenum, wat hooi betekent. De Romeinen vonden namelijk dat de sterk aromatische geuren van de venkel op de geuren van hooi leken.
Toch stond venkel ook weer niet altijd in een goed daglicht. De
Griekse mythologie bijvoorbeeld verhaalt over Prometheus, die tegen de wil van de goden het vuur naar de mensen bracht. Om het gloeiende kooltje, dat hij van de berg Olympus had gestolen, te vervoeren, verpakte hij het in een venkelstengel. Het kwam de titaan duur te staan; hij werd aan de rotsen geketend, waarna een gier zich dagelijks tegoed deed aan zijn lever, die 's nachts weer aangroeide. De oude Grieken daarentegen hielden er hun
verlichting aan over. Indachtig het gloeiende kooltje, gebruikten ze het witte merg van uitgedroogde venkelstengels als tondel in een toorts van harde schors. In het oude Griekenland was de naam van venkel marathon of marathron; het beroemde slagveld waarop de Grieken in 490 v. C. een grote overwinning behaalden op de Perzen heette dus eigenlijk „venkelveld". Marathron komt van maraino, fijn groeiend.
De gezonde aspecten van venkel zijn ook al sinds de oudheid bekend.
Venkel ziet eruit als een witte bol maar is in werkelijkheid een samengegroeide laag van verdikt blad van de plant, de zogenaamde bladscheden. Het jonge topgroen, de zogenaamde veertjes, is zeer goed te gebruiken als garnering of als lichte kruiderij in salades en vooral vissoepen (Maar ook trendy bloemisten en binnenhuisdecorateurs hebben het venkelgroen en de bloemen al ontdekt).

In Duitsland heet venkel "Gemusefenchel" of "Zwiebelfenchel", het gaat hier om de variant die we eten, dus niet de venkelsoorten die om het zaad worden geteeld. In het Engels en het Frans gebruikt men de algemene aanduiding "fennel", respectievelijk "fenouil". Op zijn Italiaans heet venkel "finocchio".
In Noord Europa is venkel al meer dan 900 jaar in gebruik; de plant werd al in de elfde eeuw genoemd in Angelsaksische recepten voor geneesmiddelen. Vroeger kende men haar onder de naam „wilde venkel". De oude Saksen geloofden dat 9 heilige kruiden,waarvan venkel er een was, de kracht bezaten de oorzaken van ziekte, waarvan er ook 9 zouden zijn, te bestrijden.De teelt van venkel wordt voornamelijk in de landen rond de Middellandse Zee aangetroffen. Vooral in Italië is de teelt van venkel belangrijk. Daar komt de productie in de herfst goed op gang en gaat door tot ver in het voorjaar. In de zomer zijn de temperaturen in Zuid-Europa te hoog om met succes een goede bolvorm te krijgen. In Nederland wordt venkel op grote schaal geteeld sinds 1979. In ons koelere zeeklimaat gedijt dit gewas vooral in de zomer goed. 
   
Zuring  
  Zuring leent zich uitstekend om samen met andere bladgroente of kruiden verwerkt te worden. Dus bijvoorbeeld een combinatie van zuringbladeren, bladeren van kropsla en nog wat kruiden of een soep van zuring met kropsla. Dus in rauwe vorm dient zuring met mate gebruikt te worden. Gekookt smaken de verrukkelijke naar citroen smakende bladeren heerlijk in een met room gebonden soep of als bladgroente al dan niet gecombineerd met spinazie. In het laatste geval moet u maar een geringe hoeveelheid zuring toevoegen.
Zuring is ook als keukenkruid te gebruiken wanneer u ergens een rins smaakje aan wilt verlenen, maar grote hoeveelheden in rauwe vorm dienen ontraden te worden vanwege het feit dat een deel van de planten oxaalzuur bevat dat de gezondheid schade kan berokkenen.
In Utrecht wordt de als spinazie toebereide zuringpuree met krenten gegeten. In gedroogde vorm kunnen de bladeren in kleine hoeveelheden als toekruid gebruikt worden in gerechten die een wat rins bijsmaakje kunnen velen.
 

 

Welk kruid in welke groente of combinatie van kruiden:
 

GROENTEN:

 

Aardappelen Basilicum, bieslook, koriander, nootmuskaat, paprika, rozemarijn, selderij.
Andijvie Bieslook, citroenmelisse, dragon, mosterd, nootmuskaat, peper, selderij, uien.
Asperges Bonenkruid, dille, kerrie, nootmuskaat.
Aubergines Basilicum, kervel, salie, rozemarijn.
Bieten Bonenkruid, dille, dragon,kervel, koriander, kruidnagelen, marjolein, mosterd, peper, salie, selderij, tijm, uien.
Bloemkool Dragon, foelie, kerrie, koriander, kummel, marjolein, mosterd, nootmuskaat, peterselie, rozemarijn.
Boerenkool Knoflook, marjolein, mosterd, nootmuskaat.
Bonen Basilicum, bieslook, bonekruid, dille, dragon, foelie, kerrie, knoflook, kruidnagelen, maggi, marjolein, nootmuskaat, paprika, peper, rozemarijn, tijm.
Broccoli Dragon, foelie, koriander, nootmuskaat, kummel.
Champignons Basilicum, bieslook, citroenkruid, dragon, kerrie, knoflook, kervel, koriander, peterselie, marjolein, nootmuskaat, paprika, peper, rozemarijn, selderij, tijm.
Chinese kool Basilicum, dille, foelie, koriander, kruidnagelen, kruizemunt, marjolein, mosterd, peper, rozemarijn, selderij.
Courgettes Basilicum, dille, kerrie, kervel, marjolein, paprika, peper, peterselie, rozemarijn, salie, selderij.
Doperwten Basilicum, kervel, kruizemunt, marjolein, peterselie, rozemarijn, bonekruid.
Groene/witte kool Koriander, dille, munt.
Kapucijners Basilicum, bonenkruid, dille, dragon, knoflook, mosterd, peper, rozemarijn, tijm, uien.
Komkommer Bieslook, bonenkruid, borage, citroenmelisse, dragon, kervel, dille, kummel, mosterd, paprika, selderij, venkel, rozemarijn.
Koolrabi Bieslook, dille, kerrie, kummel, marjolein, mosterd, nootmuskaat, peterselie, rozemarijn, selderij.
Prei Bieslook, kummel, laurier, selderij, tijm.
Peulen Basilicum, bonenkruid, dille, foelie, kervel, marjolein, mosterd, peterselie, rozemarijn, salie, selderij, tijm.
Raapstelen Peper, selderij.
Rode kool Basilicum, kaneel, koriander, kruidnagelen, jeneverbessen, laurier, marjolein, munt, tijm.
Savoye kool Dille, kerrie, kruizemunt, marjolein, mosterd, nootmuskaat.
Selderij Marjolein, salie, venkel.
Sla Basilicum, bieslook,citroenkruid, citroenmelisse, kervel, tijm, peterselie, rozemarijn, dille, dragon, selderij, uien.
Slabonen Basilicum, bonenkruid.
Spinazie    Bieslook, kervel, knoflook, laurier, basilicum, dragon, koriander, marjolein, munt, nootmuskaat, rozemarijn, salie, selderij.
Spruitjes Salie, nootmuskaat, peterselie, citroenmelisse, marjolein, peper, kruizemunt.
Tomaten Basilicum, bieslook, bonenkruid, borage, dille, dragon, kervel, koriander, maggi, marjolein, peper, peterselie, salie, selderij, uien, venkel.
Tuinbonen Basilicum, bonenkruid, kerrie, mosterd.
Uien Koriander, marjolein, salie.
Witlof Basilicum, dragon, marjolein, bieslook, koriander, peterselie, citroenmelisse, peper, selderij.
Wortelen Peterselie, bonenkruid, kervel, koriander, kummel, maggi, marjolein, selderij, tijm, venkel, bieslook, salie, munt.
Zuurkool Jeneverbessen, dille, basilicum, bonekruid, kummel, kerrie, peterselie.

 

EI-  KAASKRUIDEN:

 

Kaasgerechten Kervel, bieslook, peterselie.
Kwark Bieslook, kervel, peterselie.
Omeletten Bieslook, kervel, citroenmelisse, rozemarijn.
Roereieren Bieslook, kervel, peterselie, tijm, rozemarijn.

 

SAUSKRUIDEN.

 

Barbecuesaus Basilicum, knoflook, tijm
Mosterdsaus Mosterd, venkel, citroenmelisse
Tomatensaus Laurier, basilicum, bieslook, dragon, rozemarijn, tijm
Slasaus Kervel, peterselie, dille, citroenmelisse, bieslook
Kruidensaus Dragon, kervel
Vissaus Bieslook, laurier, peterselie, tijm, venkel
Kaassaus Bieslook, tijm
Kerriesaus Bieslook, cayennepeper, kerrie
Mayonaise Bieslook, dille, dragon, kervel, peterselie, zuring

 

SOEPKRUIDEN.

 

Aspergesoep
Marjolein, nootmuskaat, rozemarijn, tijm
Bouillon Basilicum, Dragon, marjolein, laurier, tijm
Champignonsoep
Bieslook, tijm, citroenmelisse, rozemarijn
Erwtensoep Bonekruid, basilicum, dragon, marjolein, rozemarijn, salie, tijm
Groentensoep Basilicum, bonekruid, dragon, kervel, rozemarijn
Kippensoep Basilicum, marjolein, kervel, tijm
Tomatensoep
Basilicum, bieslook, tijm, dragon, marjolein
Vissoep Bieslook, dragon, venkel, laurier, tijm
Uiensoep Peterselie, kervel, knoflook
Preisoep Bieslook, citroenmelisse, peterselie

 

VISKRUIDEN.

 

Forel
Peterselie, laurier, citroenmelisse, dille, knoflook, koriander, kruidnagelen, marjolein, nootmuskaat, rozemarijn, salie.  
Garnalen Ragout, citroemelisse, venkel.
Gebakken vis Dragon, salie, citroenmelisse, rozemarijn, salie.
Gestoofde vis Venkel, tijm, laurier, rozemarijn.
Gegrilde vis Tijm, koriander, rozemarijn,
Kabeljauw Citroenkruid, dille, knoflook, koriander, kruidnagelen, laurier, marjolein.
Kreeft Peterselie, kervel, dragon, laurier, mierikswortel.
Mosselen Basilicum, dragon, kerrie, kervel, knoflook, laurier, mosterd, paprika, selderij, tijm, peterselie, venkel.
Paling
Citroenmelisse, tijm, peterselie, laurier, salie.
Poon Citroenkruid, dille, rozemarijn.
Schelvis Bieslook, chilli, citroenkruid, dille, kerrie, knoflook, koriander, kruidnagelen, laurier, marjolein, rozemarijn.
Schol Kerrie, laurier, selderij.
Tong Basilicum, laurier, marjolein, mosterd, selderij, tijm.
Tonijn Knoflook, laurier, paprika, rozemarijn.
Vismarinades Laurier, tijm, rozemarijn, koriander.
Zalm Paprika, salie.

 

Kruidenbouquet voor vis.

 

Opvullen met 1 takje rozemarijn, 1 takje tijm, 1 laurierblad en 1 takje citroenmelisse.
Bindt de kruiden in een bundeltje en laat ze met de vis meekoken of bakken, eenvoudig na gebruik te verwijderen.

 

VLEESKRUIDEN.

 

Biefstuk Kervel, tijm, peterselie, koriander, waterkers.
Gehakt Bonenkruid, foelie, jeneverbessen, kerrie, kervel, mosterd, nootmuskaat, selderij, basilicum, tijm, marjolein, rozemarijn.
Geit Citroen, knoflook, koriander, komijn, marjolein, mosterd, nootmuskaat, paprika.
Goulash
Basilicum, dragon, kummel, laurier, marjolein, paprika, tijm.
Hachee Kervel, laurier, nootmuskaat.
Kalfsvlees Bonenkruid, dille, foelie, basilicum, citroenmelisse, jeneverbessen, kerrie, kervel, laurier, marjolein, nootmuskaat, paprika, peterselie, selderij, salie, tijm.
Lamsvlees Munt, basilicum, dille, kervel, kerrie, kummel, marjolein, peterselie, salie, tijm, rozemarijn.
Lever Laurier, salie, tijm, peterselie.
Paard Laurier, kruidnagelen, uien, nootmuskaat, selderij.
Ragout Bonekruid, dille, laurier, lavas, marjolein.
Rund(stoof)vlees Bieslook, foelie, kummel, laurier, mosterd, paprika, selderij, salie, tijm, marjolein, koriander, rozemarijn.
Schaap  Zie lamsvlees
Varkensvlees Bieslook, bonenkruid, jeneverbessen, kerrie, kummel, laurier, marjolein, mosterd, paprika, peterselie, selderij, salie, rozemarijn, tijm.
Waterbuffel Net als rundstoofvlees behandelen.


Voor alle vlees kun je de volgende kruiden gebruiken

Basilicum, dragon, knoflook, koriander, kruidnagelen, oregano of marjolein, peper, rozemarijn en uien.

 

VUURKRUIDEN.

 

korianderbollen
jeneverbessen
tijm
rozemarijn
laurier
oregano
een weinig komijn

Al deze kruiden in gebroken en/of gedroogde vorm mengen.
Bewaar de mengsels in goed gesloten potten op een niet te warme donkere plaats.

 

WILD EN GEVOGELTE KRUIDEN. 

Eend Borage citroenmelisse jeneverbessen laurier marjolein peterselie salie
Fazant Tijm, rozemarijn
Gevogelte Basilicum borage citroenmelisse jeneverbessen kerrie koriander maggi marolein peterselie salie
Haas Bonenkruid jeneverbessen laurier mosterd salie selderij uien tijm, hysop, citroenmelisse
Hert Nootmuskaat jeneverbessen knoflook paprika
Houtduif Zie Gevogelte
Kalkoen Basilicum marjolein rozemarijn salie
Kip gebraden
Basilicum chili dragon foelie kerrie koriander kummel laurier maggi marjolein nootmuskaat paprika peterselie
Kip gestoofd Chili dragon foeli kerrie koriander kummel laurier maggi nootmuskaat marjolein paprika peterselie selderij
Konijn Bonenkruid foeli laurier marjolein mosterd salie selderei tijm hysop
Patrijs Citroensap laurier tijm sjalotjes uien nootmuskaat knoflook rozemarijn
Ree Zie hert
Snip Zie gevogelte
Struisvogel Basilicum knoflook uien tijm sjalotjes

 

 
KRUIDEN BEWAREN.         
 

Er zijn een aantal mogelijkheden:

Kruiden in een nat doekje wikkelen. De steel van de kruiden vers afsnijden en met een nat stukje keukenpapier de stelen omwikkelen. Dan in een bewaardoos bewaren. Hier kan je de kruiden gedurende 1,5 week à 2 weken bewaren.

Kruiden hakken en in de diepvries bewaren. De kruiden kan je ongeveer tot 2 maanden bewaren.

Kruiden hakken en olijfolie toevoegen. Doe alles in een potje en overgiet nogmaals met een laagje olie. Dit mengsel kan je ongeveer een maand in de koelkast bewaren. Let wel op dat je het potje na gebruik onmiddellijk terug in de koelkast zet.
 



 

 

 

 

Bron : diverse sites internet, Robsbudgetmenus